De woninghuren waren in juli 2019 gemiddeld 2,5 procent hoger dan een jaar eerder. De huren van vrijesectorwoningen gingen met 3,3 procent omhoog. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

De gemiddelde huurstijging was wat hoger dan in juli 2018 (2,3 procent) en ligt nu bijna op de gemiddelde huurstijging van de afgelopen tien jaar (2,6 procent).
Een belangrijke oorzaak voor de hogere huurstijging is de sterkere stijging van de consumentenprijzen in 2018. Voor gereguleerde huurwoningen omvat de maximale huurverhoging de stijging van de consumentenprijzen in het voorgaande jaar plus een inkomensafhankelijke toeslag. In 2019 is deze maximale huurstijging 4,1 of 5,6 procent, afhankelijk van het inkomen van de huurder.

Minder verhoging bij bewonerswisseling

De huren bij bewonerswisseling stegen dit jaar minder hard dan in 2018. De gemiddelde verhoging bij wisseling van huurders was 8,2 procent. Vorig jaar was dit nog 9,6 procent. Verhuurders zijn niet gebonden aan de maximale huurverhoging als een nieuwe huurder in de woning trekt.

 

Rotterdam en Amsterdam aan kop in prijsstijging

Amsterdam heeft al jaren de hoogste huurstijging in Nederland, dit jaar 3,4 procent. Rotterdam zit hier dit jaar vlak onder met 3,2 procent. In Den Haag en Utrecht gingen de huren iets minder hard omhoog: 2,5 en 2,4 procent.
Door de relatief hoge huurstijging in Amsterdam en Rotterdam zijn Noord- en Zuid-Holland ook de provincies met de sterkste huurstijgingen.

Laagste stijging in Drenthe

Drenthe heeft al jaren de laagste huurstijging van Nederland. Dit jaar 1,9 procent. Dat is wel meer dan de 1,1 procent huurstijging die in deze provincie gemeten werd in 2017 en 2018.
De regionale verschillen worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door verschillen in huurstijging bij bewonerswisselingen. De invloed van de hogere huurverhoging bij bewonerswisseling bedraagt 0,8 procentpunt in Rotterdam, maar is 0,2 procentpunt in Den Haag en 0,1 in Drenthe.

Bron: CBS 04-09-2019